2017 Sleedoornpage - Thecla betulae  E: Brown Hairstreak  D: Nierenfleck  F: Thécla du Bouleau

De sleedoornpage is in zijn vlinderstadium moeilijk waar te nemen, maar de eitjes zijn wel gemakkelijk te vinden. Ze worden afgezet op de grens van oud en jong hout in de oksels van takken van Prunus-bomen en struiken. Vaak is dat sleedoorn (Prunus spinosa), maar ook gekweekte Prunus -soorten, pruimen- en kersenbomen worden belegd. Het eitje overwintert en is vrij gemakkelijk op te sporen, als de waardplant in de herfst zijn bladeren heeft verloren. De rups ontwikkelt zich pas in de lente van het volgende jaar. Ze kruipt naar de knoppen, die ze van binnen uit opvreet. Later foerageert ze ook op bladeren. De verpopping vindt plaats in de struiklaag onder de waardplant. De sleedoornpage vliegt in een generatie per jaar. Het is een soort van struwelen, houtwallen, parken en bosranden van loofbos. In Nederland wordt deze vlinder steeds meer in steden en dorpen gevonden, vooral rond de Veluwe. Het vrouwtje heeft nectar nodig en wordt nog wel eens zuigend in tuinen gezien. Centraal en oostelijk Europa, van Z-Scandinavië tot N-Spanje. Ontbreekt in grote delen van Italië en op de mediterrane eilanden. Vliegt van 50 tot 1500m.

Vliegtijd: juli, augustus, september.
Status Europa: Soort is thans niet bedreigd in Europa.
Status Benelux: In Nederland en Vlaanderen bedreigd, in Wallonië kwetsbaar.