Home » Dagvlinders » Lycaenidae - Blauwtjes » Klaverblauwtje

Klaverblauwtje - Cyaniris semiargus   E: Mazarine blue  D: Rotklee-Bläuling   F: L’Azuré des anthyllides

Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016
Maastricht, NL, 2016

Het klaverblauwtje komt voor op bloemrijke hooilanden en weilanden en langs bosranden. Meestal zijn de vliegterreinen matig vochtig. De vlinders zitten graag in groepen bij elkaar te zonnen en zijn dan gemakkelijk te vinden en te bekijken. Het vrouwtje zet de eitjes de eitjes af op Trifolium pratense (rode klaver). Ze plakt ze daarbij in de nog net niet bloeiende bloemhoofdjes. In het eerste stadium voedt de rups zich uitsluitend met knoppen en bloemen, later foerageert ze ook op bladeren. Ze is uitstekend aangepast aan haar voedsel. In het eerste stadium heeft ze nog veel roze tinten, maar later wordt ze groen en is daardoor, zittend tussen het voedsel, vrijwel onzichtbaar. De rupsen worden bezocht door mieren van de geslachten Lasius en Camponotus . De pop is vrijliggend in de strooisellaag. Afhankelijk van de hoogte en ligging van het vliegterrein kunnen een tot drie generaties worden voortgebracht.
In het grootste deel van het vliegterrein vliegt de ondersoort P. semiargus semiargus met uitsluitend bruine vrouwtjes met blauwe bestuiving. In Midden-Griekenland op de bergen Timphristos en Parnassos vliegt de kleinere ondersoort P. semiargus parnassia . De vrouwtjes hebben enkele kleine bruine tot oranje oogvlekken op de achtervleugel. In de rest van Griekenland komt de ondersoort P. semiargus helena voor met uitgebreide oranje oogvlekken.  Komt voor in grote delen van Europa van Midden-Scandinavië tot Griekenland en Italië. In Spanje in het noorden en enkele gebergtes: Sierra de Alfacar, Sierra Nevada, S. de Segura, S. de Espuna, Montes Universalis, S. de Guadarrama, S. de la Demanda. Ontbreekt in Ierland, Groot-Brittannië, de Peloponnesos en de mediterrane eilanden behalve Sicilië. Vliegt van zeeniveau tot 2200m.

Vliegtijd: mei, juni, juli, augustus, september.
Status Europa: Soort is thans niet bedreigd in Europa.
Status Benelux: In Nederland verdwenen, soms tijdelijke populaties, in Vlaanderen met uitsterven bedreigd, in Wallonië kwetsbaar. Lokaal, vaak in lage aantallen op droge, schrale graslanden in Ardennen en Eifel.